Hoe controleer je of fusielaswerk correct is uitgevoerd?

Je kunt controleren of fusielaswerk correct is uitgevoerd door de verbindingen te meten met een OTDR (Optical Time Domain Reflectometer) en de gemeten verlieswaarden te vergelijken met de geldende normen. Een correct uitgevoerde fusielasverbinding heeft doorgaans een verlies van minder dan 0,1 dB per las. Zonder een gecertificeerde meting blijft het onmogelijk om de kwaliteit van glasvezeltechniek objectief te beoordelen. De vragen hieronder beantwoorden elk aspect van dit controleproces stap voor stap.

Welke meetmethoden worden gebruikt om fusielassen te beoordelen?

De twee meest gebruikte methoden om fusielassen te beoordelen zijn de OTDR-meting en de insertieverliesmeting. De OTDR-methode is de standaard voor professionele glasvezelinstallaties: hij brengt de volledige kabelroute in kaart en toont de kwaliteit van elke individuele las. De insertieverliesmeting meet het totale vermogensverlies over een verbinding van eindpunt tot eindpunt.

Beide methoden vullen elkaar aan. De OTDR geeft een gedetailleerd beeld van elke afzonderlijke las en locatie in het netwerk, terwijl de insertieverliesmeting de werkelijke transmissiekwaliteit van het gehele traject aantoont. Voor professionele certificering worden beide metingen in de meeste gevallen gecombineerd.

Naast deze twee hoofdmethoden wordt ook visuele inspectie met een microscoop of een visuele foutzoeker (VFL) ingezet. Een VFL stuurt zichtbaar rood licht door de vezel om breuken of slechte verbindingen snel op te sporen. Dit is echter een aanvullende controlemethode, geen vervanging voor de OTDR-meting.

Wat zijn de toegestane verlieswaarden bij fusielaswerk?

De toegestane verlieswaarden bij fusielaswerk zijn afhankelijk van het type vezel en de toegepaste norm. Voor single-mode vezels geldt doorgaans een maximaal verlies van 0,1 dB per las, voor multimode vezels ligt dit op maximaal 0,3 dB per las. Deze waarden zijn gebaseerd op internationale normen zoals IEC 61300 en EN 50173.

In de praktijk halen goed uitgevoerde fusielassen op single-mode vezels vaak waarden tussen 0,02 en 0,05 dB. Waarden boven de 0,1 dB wijzen op een probleem: onvoldoende uitlijning van de vezels, vuil op de breukoppervlakken of een onvolledige smelting. Het is belangrijk te weten dat de fusielasmachine zelf ook een schatting geeft van het verlies, maar deze interne schatting is niet altijd nauwkeurig genoeg voor certificeringsdoeleinden.

Bij de beoordeling van een complete glasvezelinstallatie telt het cumulatieve verlies over het gehele traject, inclusief connectoren, lassen en de kabel zelf. Een goede installateur berekent vooraf het maximaal toelaatbare totaalverlies op basis van de systeemvereisten en toetst de meting daar achteraf aan.

Hoe lees je een OTDR-rapport correct af?

Een OTDR-rapport lees je af door de grafiek van links naar rechts te volgen: elke neerwaartse stap in de lijn vertegenwoordigt een las, connector of breuk. De hoogte van de stap geeft het verlies op dat punt aan in dB. Een vlakke, geleidelijk dalende lijn tussen de stappen duidt op een gezonde vezel zonder bijzonderheden.

De grafiek toont op de horizontale as de afstand in meters of kilometers, en op de verticale as het vermogensniveau in dB. Naast het verlies per las geeft het rapport ook de terugkaatsing (reflectie) weer. Een hoge reflectiepiek kan wijzen op een mechanische verbinding of een breuk, terwijl fusielassen idealiter geen reflectie geven.

Let bij het aflezen op de volgende elementen:

  • Verlies per las: de neerwaartse stap in dB op de laslocatie
  • Totaalverlies: het cumulatieve verlies over het gehele traject
  • Reflectiepieken: hoge pieken duiden op connectoren of breukpunten
  • Geistergebieden: valse reflecties die kunnen optreden door sterke pieken eerder in de meting
  • Kabellengte: controle of de gemeten lengte overeenkomt met de verwachte route

Een professioneel OTDR-rapport bevat ook de meetparameters zoals golflengte, pulslengte en meetbereik. Deze bepalen de nauwkeurigheid van de meting en moeten afgestemd zijn op het type vezel en de lengte van het traject.

Welke fouten duiden op slecht uitgevoerd fusielaswerk?

Slecht uitgevoerd fusielaswerk herken je aan verlieswaarden die de norm overschrijden, zichtbare reflecties op lasposities in het OTDR-rapport, of mechanische beschadigingen aan de beschermhuls. Andere signalen zijn ongelijkmatige lassen die zichtbaar zijn onder de microscoop, of vezels die niet volledig zijn gesmolten.

De meest voorkomende fouten bij fusielaswerk zijn:

  • Vervuilde breukoppervlakken: stof of vet op de vezeleinden verhoogt het verlies sterk
  • Slechte vezelbreuk: een scheve of ruwe breuk leidt tot een onvolledige smelting
  • Verkeerde uitlijning: de fusielasmachine lijnt vezels automatisch uit, maar een defecte machine of onjuiste instellingen kunnen dit verstoren
  • Onvoldoende bescherming: een slecht aangebrachte krimpkous laat de las kwetsbaar voor mechanische stress
  • Te grote buigradius: vezels die te strak zijn gebogen na het lassen veroorzaken extra verlies of breuk op termijn

Een hoog verlies op één specifieke positie in het OTDR-rapport is bijna altijd een directe aanwijzing voor een van bovenstaande problemen. Een ervaren technicus kan op basis van het verliespatroon en de reflectiewaarde vaak al inschatten wat de oorzaak is voordat hij de locatie fysiek inspecteert.

Moet fusielaswerk altijd worden gecertificeerd?

Fusielaswerk hoeft niet altijd wettelijk te worden gecertificeerd, maar voor professionele en zakelijke installaties is certificering sterk aan te raden. Zonder certificering heb je geen objectief bewijs dat de installatie voldoet aan de gestelde normen, en bij storingen of garantieclaims sta je als opdrachtgever zwak.

In de praktijk zijn er situaties waarin certificering feitelijk verplicht is. Denk aan installaties die onderdeel zijn van een bouwproject met technische bestekken, datacenters met strenge SLA-vereisten, of netwerken die vallen onder specifieke sectorregels. Ook bij oplevering aan een nieuwe eigenaar of beheerder is een gecertificeerd meetrapport de norm.

Certificering biedt daarnaast een praktisch voordeel: het rapport dient als nulmeting. Als er later een storing optreedt, kan een nieuwe OTDR-meting worden vergeleken met de oorspronkelijke waarden. Zo is snel vast te stellen of de storing is ontstaan door slijtage, beschadiging of een fout in de oorspronkelijke installatie.

Wie mag fusielaswerk keuren en certificeren?

Fusielaswerk mag worden gekeurd en gecertificeerd door een gecertificeerde glasvezelinstallateur of een onafhankelijke meetspecialist die beschikt over gekalibreerde OTDR-meetapparatuur en aantoonbare kennis van de geldende normen. Er is in Nederland geen wettelijk verplichte persoonscertificering voor glasvezelinstallateurs, maar in de markt worden certificeringen zoals Certified Fiber Optic Technician (CFOT) breed erkend.

Het is gangbaar dat de installerende partij zelf de meting en certificering verzorgt, mits zij beschikt over de juiste apparatuur en kennis. Voor grotere of kritieke installaties kiezen opdrachtgevers er soms voor om een onafhankelijke partij de keuring te laten uitvoeren, los van de installateur. Dit geeft extra zekerheid over de onpartijdigheid van het rapport.

Belangrijk is dat de meetapparatuur regelmatig wordt gekalibreerd. Een OTDR-rapport is alleen betrouwbaar als de apparatuur traceerbaar is gekalibreerd volgens erkende normen. Vraag bij oplevering altijd naar de kalibratiedocumentatie van de gebruikte meetapparatuur.

Hoe De La Combé Telematica helpt met fusielassen glasvezel

Wij verzorgen bij De La Combé Telematica het volledige traject van glasvezelinstallatie tot gecertificeerde oplevering. Met meer dan 25 jaar ervaring en geavanceerde meetapparatuur zorgen wij ervoor dat elk fusielasproject voldoet aan de geldende normen en volledig gedocumenteerd wordt opgeleverd. Wat wij concreet bieden:

  • Professioneel fusielaswerk met Furukawa Fitel S178 ver.2 fusielasmachines voor consistente, lage verlieswaarden
  • OTDR-certificering met Yokogawa AQ7275 meetapparatuur en volledige PDF-rapportages per vezel
  • Transparante oplevering met meetrapporten die als nulmeting dienen voor toekomstig onderhoud
  • Schaalbaar van kleine glasvezelverbindingen tot grootschalige backbone-installaties in distributiecentra
  • 24/7 storingsverhelping voor glasvezelnetwerken na oplevering

Wil je zeker weten dat jouw glasvezelinstallatie correct is uitgevoerd en gecertificeerd? Neem contact op en wij bespreken graag wat wij voor jouw project kunnen betekenen.

Veelgestelde vragen

Hoe lang duurt een OTDR-meting en certificering van een glasvezelinstallatie gemiddeld?

De duur van een OTDR-meting hangt af van het aantal vezels, de lengte van het traject en het aantal lassen. Voor een standaard installatie met enkele tientallen vezels rekent een ervaren technicus doorgaans een halve tot een hele werkdag voor meting én rapportage. Bij grotere installaties zoals backbone-netwerken in distributiecentra kan dit oplopen tot meerdere dagen. Plan de certificering altijd in vóór de definitieve oplevering, zodat eventuele herstellingen nog kunnen worden uitgevoerd.

Kan ik als opdrachtgever zelf controleren of een OTDR-rapport betrouwbaar is?

Ja, als opdrachtgever kun je een aantal basiscontroles uitvoeren zonder zelf technicus te zijn. Controleer of het rapport de kalibratiedocumentatie van de meetapparatuur bevat, of alle vezels individueel zijn gemeten en of de verlieswaarden per las expliciet worden vermeld. Een betrouwbaar rapport vermeldt ook de gebruikte meetgolflengte, pulslengte en het meetbereik. Ontbreken deze gegevens, dan is het rapport onvolledig en niet bruikbaar als officieel kwaliteitsdocument.

Wat moet ik doen als een fusielasverbinding na oplevering alsnog een storing vertoont?

Laat bij een storing na oplevering eerst een nieuwe OTDR-meting uitvoeren en vergelijk de resultaten met het oorspronkelijke certificeringsrapport. Dit maakt direct duidelijk of de storing is ontstaan door een nieuwe beschadiging, mechanische stress of slijtage, of dat er sprake is van een fout die al aanwezig was bij oplevering. Op basis van deze vergelijking kun je bepalen wie verantwoordelijk is voor het herstel en of de garantie van de installateur van toepassing is.

Maakt het uit of fusielaswerk wordt uitgevoerd op single-mode of multimode glasvezel voor de certificeringseisen?

Ja, het type vezel heeft directe invloed op de geldende verlieswaarden en de meetinstellingen van de OTDR. Single-mode vezels worden gemeten op golflengten van 1310 nm en 1550 nm, terwijl multimode vezels worden gemeten op 850 nm en 1300 nm. De maximaal toegestane verlieswaarden verschillen ook: 0,1 dB per las voor single-mode tegenover 0,3 dB voor multimode. Zorg er altijd voor dat de meetapparatuur correct is ingesteld op het specifieke vezeltype, anders zijn de meetresultaten onbruikbaar voor certificering.

Is het mogelijk om een slechte fusielasverbinding achteraf te herstellen zonder de hele kabel te vervangen?

In de meeste gevallen wel, maar het hangt af van de locatie en de beschikbare kabellengte in de lasdoos. Een technicus kan de betreffende las openen, de vezel opnieuw breken en opnieuw lassen. Hiervoor is wel voldoende reserve-kabellengte in de mof of lasdoos nodig. Is die marge er niet, dan moet een stuk kabel worden vervangen of een extra verbindingspunt worden aangebracht. Laat na het herstel altijd een nieuwe OTDR-meting uitvoeren om te bevestigen dat de verbinding nu binnen de normen valt.

Welke vragen moet ik stellen aan een glasvezelinstallateur voordat ik een opdracht verleen?

Vraag de installateur welke fusielasmachines en OTDR-meetapparatuur zij gebruiken, of de meetapparatuur traceerbaar is gekalibreerd en of zij per vezel een individueel PDF-meetrapport aanleveren bij oplevering. Informeer ook of zij ervaring hebben met het specifieke type installatie dat jij nodig hebt, zoals backbone-netwerken, datacenters of buiteninstallaties. Een professionele installateur beantwoordt deze vragen zonder aarzeling en kan referentieprojecten en voorbeeldrapporten tonen.

Hoe vaak moet een bestaande glasvezelinstallatie opnieuw worden gemeten na oplevering?

Er is geen vaste wettelijke meetfrequentie voor glasvezelinstallaties na oplevering, maar het is verstandig om een nieuwe OTDR-meting te laten uitvoeren na ingrijpende werkzaamheden in de buurt van de kabelroute, zoals bouwactiviteiten of graafwerkzaamheden. Daarnaast is een periodieke meting elke drie tot vijf jaar aan te raden voor kritieke netwerken in datacenters of industriële omgevingen. Door de nieuwe meting te vergelijken met het oorspronkelijke certificeringsrapport kun je vroegtijdig degradatie of sluipende beschadigingen signaleren voordat ze tot een daadwerkelijke storing leiden.

Hoi! Heb je een vraag of verzoek?
We denken graag mee!
Hallo! ???? Fijn dat je hier bent. Kunnen we je ergens mee helpen of meedenken?
Goed om te weten en daar kunnen we bij helpen. Wat voor type organisatie zijn jullie?
Duidelijk, daar hebben we ervaring mee. Laat je gegevens achter en we nemen zo snel mogelijk contact met je op.
Bedankt! We hebben je aanvraag ontvangen en nemen zo snel mogelijk contact met je op.
Een van onze specialisten neemt contact met je op om vrijblijvend mee te denken over jouw situatie.

DEEL DIT BERICHT

Facebook
X
LinkedIn

andere kennisbank items

Wat moet er in een lasrapportage staan bij oplevering?

Welke eisen stel je aan een fusielasspecialist bij aanbesteding?

Hoe vraag je een offerte aan voor fusielaswerk?

Wat zijn de kosten voor het uitbesteden van fusielassen?

Hoeveel lassen per dag kan een professional uitvoeren?

Wat kost fusielassen per lasverbinding?