Hoe bepaal je hoeveel fusielassen er nodig zijn in een project?

Het aantal fusielassen in een glasvezelproject hangt af van het aantal verbindingspunten langs het tracé, de kabellengte ten opzichte van de maximale trommellengte en de gekozen netwerktopologie. Als vuistregel geldt: elke plek waar twee glasvezelkabels mechanisch worden samengevoegd, vereist een fusielas. Voor een eerste indruk van wat glasvezelinstallaties inhouden, is onze pagina over glasvezeltechniek een goed startpunt. In dit artikel beantwoorden we de meest gestelde vragen over fusielassen, zodat je een project goed kunt voorbereiden en beoordelen.

Wat bepaalt het aantal fusielassen in een glasvezelnetwerk?

Het aantal fusielassen in een glasvezelnetwerk wordt bepaald door drie factoren: de fysieke lengte van het tracé, het aantal splitsings- of verbindingspunten in de netwerktopologie en de maximale trommellengte van de gebruikte glasvezelkabel. Elke keer dat een kabel eindigt en een nieuwe begint, is een fusielas noodzakelijk.

Glasvezelkabel wordt geleverd op trommels met een vaste maximumlengte, doorgaans tussen de 2.000 en 6.000 meter, afhankelijk van het kabeltype. Overschrijdt een tracé die lengte, dan is een tussenlas onvermijdelijk. Daarnaast spelen de volgende factoren een rol:

  • Netwerktopologie: een ringstructuur vraagt andere laspunten dan een ster- of boomtopologie
  • Aantal verdeelpunten: elke splitter, patchkast of distributieknooppunt introduceert extra lassen
  • Toegankelijkheid van het tracé: bij moeilijk bereikbare routes worden soms kortere kabelstukken gebruikt, wat extra lassen oplevert
  • Type glasvezel: singlemode- en multimodekabels hebben elk hun eigen specificaties die de planningsaanpak beïnvloeden

Hoe bereken je het minimale aantal fusielassen per tracé?

Het minimale aantal fusielassen per tracé bereken je door de totale tracélengte te delen door de maximale trommellengte en dat getal naar boven af te ronden. Elk resultaat boven nul betekent minimaal één las per kabelovergang. Voeg daar het aantal verdeelpunten aan toe om op het projecttotaal te komen.

Een praktisch voorbeeld: bij een tracé van 8.000 meter met kabels op trommels van 4.000 meter heb je minimaal één tussenlas nodig. Heeft dat tracé ook twee verdeelknooppunten, dan kom je op minimaal drie fusielassen. De berekening ziet er zo uit:

  1. Bepaal de totale lengte van elk afzonderlijk tracésegment
  2. Deel de segmentlengte door de beschikbare trommellengte en rond naar boven af
  3. Tel het aantal verdeelpunten, splitters en koppelingsknooppunten op bij het resultaat
  4. Voeg een reservemarge toe voor beschadigde of afgekeurde lassen tijdens uitvoering

De reservemarge is geen luxe. Bij grote projecten wordt standaard een uitvalpercentage van vijf tot tien procent van de geplande lassen aangehouden, omdat niet elke las direct voldoet aan de verliesspecificatie en opnieuw gelast moet worden.

Wanneer zijn extra fusielassen verplicht of aan te raden?

Extra fusielassen zijn verplicht wanneer een kabeltype wisselt, wanneer een kabel een beschadiging heeft opgelopen of wanneer de norm vereist dat een verbinding in een beschermde laskast wordt uitgevoerd. Daarnaast zijn ze sterk aan te raden bij toekomstige uitbreidingen, redundante paden en hoge beschikbaarheidseisen.

In de praktijk zijn er situaties waarbij extra lassen niet alleen nuttig, maar ook technisch noodzakelijk zijn:

  • Overgang van buiten- naar binnenkabel: de twee kabeltypen mogen niet zonder las worden doorgetrokken
  • Reparatie na mechanische schade: een gebroken vezel vereist altijd twee nieuwe lassen om het beschadigde stuk te omzeilen
  • Splitsing naar meerdere bestemmingen: elke aftakking in een glasvezelnet begint bij een lasverbinding
  • Hoge beschikbaarheidseisen: bij kritieke infrastructuur worden extra lasknooppunten gepland om snel te kunnen omschakelen bij storingen

Wat is het verschil tussen een fusielasverbinding en een connectorkoppeling?

Een fusielasverbinding smelt twee glasvezels permanent samen via elektrische boogontlading, wat resulteert in een zeer laag signaalverlies van doorgaans minder dan 0,1 dB. Een connectorkoppeling verbindt twee vezels via fysieke stekkers en is demontabel, maar introduceert meer verlies, typisch 0,3 tot 0,5 dB per koppeling.

De keuze tussen beide methoden heeft directe gevolgen voor de netwerkkwaliteit en het beheer op de lange termijn:

  • Fusielas: permanent, laagste verlies, ideaal voor backbone- en buitenverbindingen waar geen regelmatige wijzigingen nodig zijn
  • Connectorkoppeling: flexibel, eenvoudig te verwisselen, geschikt voor patchpanelen en eindpunten in serverruimtes

In een typisch glasvezelnetwerk combineer je beide technieken. De langere tracés en ruggengraatverbindingen worden gelast voor minimaal verlies, terwijl de aansluitingen in de patchkast via connectoren worden afgewerkt voor maximale flexibiliteit.

Welke fouten leiden tot een verkeerd berekend aantal fusielassen?

De meest voorkomende fout is het niet meenemen van alle kabelovergangen in de berekening, zoals de overgang van buiten- naar binnenkabel of de aansluitingen in verdeelkasten. Andere veelgemaakte fouten zijn het negeren van de reservemarge, het onjuist inschatten van de tracélengte en het vergeten van splitsingen in de topologie.

Concreet zien we in de praktijk de volgende fouten regelmatig terugkomen:

  • Tracélengtes meten via de lucht in plaats van de werkelijke kabelroute, inclusief bochten, stijgpunten en omwegen
  • Geen rekening houden met de minimale buigradius van de kabel, waardoor extra lengte nodig is bij hoeken
  • Vergeten dat elke vezel in een multivezelkabel afzonderlijk gelast wordt, waardoor het totale aantal lassen veel hoger uitvalt dan gedacht
  • Geen reservecapaciteit opnemen voor herstelwerkzaamheden of toekomstige uitbreidingen
  • Aannemen dat alle trommels de maximale opgegeven lengte hebben, terwijl trommels in de praktijk variëren

Een nauwkeurige tekening van het tracé, inclusief alle knooppunten en kabeltypen, is de beste manier om deze fouten te vermijden.

Wie is verantwoordelijk voor de fusielasberekening in een project?

De verantwoordelijkheid voor de fusielasberekening ligt bij de installateur of netwerkontwerper die het glasvezelproject uitvoert. In grotere projecten is dit doorgaans de technisch projectleider of de glasvezelspecialist die het ontwerp opstelt. De opdrachtgever is verantwoordelijk voor het aanleveren van correcte tracéinformatie en projectspecificaties.

In de praktijk werken opdrachtgever en installateur samen aan de berekening. De opdrachtgever of facilitair manager levert de plattegronden, de gewenste aansluitpunten en de beschikbaarheidseis. De installateur vertaalt dat naar een concreet ontwerp met het bijbehorende aantal fusielassen, kabeltypen en verdeelpunten. Bij complexe projecten wordt dit vastgelegd in een technisch ontwerpdocument dat onderdeel uitmaakt van de projectdocumentatie en later dient als basis voor de certificering.

Het is sterk aan te raden om de fusielasberekening te laten valideren voordat de uitvoering start. Een fout in de berekening die pas tijdens de installatie wordt ontdekt, leidt tot meerwerk, vertraging en hogere kosten.

Hoe De La Combé Telematica helpt met fusielassen glasvezel

Bij De La Combé Telematica verzorgen we het volledige traject rondom glasvezelinstallaties, van ontwerp en tracéberekening tot uitvoering en OTDR-certificering. We werken met geavanceerde Furukawa Fitel S178 ver.2 fusielasmachines en Yokogawa AQ7275 OTDR-meetapparatuur, zodat elke las voldoet aan de gestelde verliesspecificaties.

Wat we concreet voor je doen:

  • Nauwkeurige berekening van het benodigde aantal fusielassen op basis van jouw tracé en topologie
  • Advies over de optimale combinatie van fusielassen en connectorkoppelingen voor jouw situatie
  • Professionele uitvoering van alle glasvezelinstallaties, van backbone tot eindpunt
  • OTDR-meting en certificering met volledige PDF-rapportage als projectdocumentatie
  • Schaalbaar van kleine kantoorinstallaties tot grootschalige distributiecentra met duizenden aansluitingen

Wil je weten hoeveel fusielassen jouw project nodig heeft, of heb je een complexe glasvezelinstallatie die een betrouwbare partner vraagt? Neem contact op en we denken graag met je mee.

Veelgestelde vragen

Hoeveel fusielassen heb ik nodig voor een typische kantoorinstallatie?

Voor een gemiddelde kantoorinstallatie van één verdieping met een tracélengte onder de 500 meter reken je doorgaans op twee tot vijf fusielassen, afhankelijk van het aantal verdeelpunten en aansluitlocaties. Heb je meerdere verdiepingen of vleugels, dan neemt het aantal snel toe door de extra kabelovergangen en splitsingen per zone. Een nauwkeurige berekening begint altijd met een plattegrond waarop alle gewenste aansluitpunten en kabelroutes zijn ingetekend.

Wat is een acceptabele signaalverlieswaarde voor een fusielas en wanneer moet ik een las opnieuw uitvoeren?

De industrystandaard voor een kwalitatief goede fusielas ligt op maximaal 0,1 dB verlies per las, maar in de praktijk halen goed uitgevoerde lassen vaak waarden onder de 0,05 dB. Wordt bij de OTDR-meting een verlies boven de 0,1 dB gemeten, dan is het sterk aan te raden de las opnieuw uit te voeren om te voldoen aan de verliesbudgetberekening van het netwerk. Bij kritieke infrastructuur of lange tracés met veel lassen in serie is het cumulatieve effect van te hoge lasverliezen direct merkbaar in de signaalkwaliteit.

Kan ik zelf fusielassen uitvoeren, of moet ik daar altijd een specialist voor inschakelen?

Fusielassen vereist een gespecialiseerde fusielasmachine (zoals een Furukawa Fitel of Fujikura), meetapparatuur zoals een OTDR en de nodige technische kennis om de resultaten correct te interpreteren. Hoewel de machines steeds gebruiksvriendelijker worden, is het correct klaarmaken van de vezel, het beoordelen van de lasresultaten en het uitvoeren van OTDR-certificering vakwerk dat oefening en ervaring vereist. Voor eenmalige of kleinschalige projecten is het inhuren van een gecertificeerde glasvezelspecialist vrijwel altijd kostenefficiënter dan zelf investeren in apparatuur en training.

Hoe lang gaat een fusielas mee en is er onderhoud nodig?

Een correct uitgevoerde en beschermde fusielas gaat in principe de volledige levensduur van de glasvezelkabel mee, wat tientallen jaren kan zijn, mits de las is opgeslagen in een deugdelijke laskast die bescherming biedt tegen vocht, mechanische belasting en UV-straling. Er is geen periodiek onderhoud nodig aan de las zelf, maar het is verstandig om bij grote projecten periodiek een OTDR-meting uit te voeren om eventuele verslechtering door externe factoren vroegtijdig te detecteren. Beschadigingen ontstaan doorgaans door mechanische invloeden van buitenaf, niet door de las zelf.

Wat gebeurt er als ik het aantal fusielassen onderschat tijdens de projectplanning?

Een onderschatting van het benodigde aantal fusielassen leidt tijdens de uitvoering tot onverwacht meerwerk, extra materiaalkosten en vertraging in de oplevering, omdat alsnog extra kabelstukken, laskassen en lascapaciteit ingepland moeten worden. In het slechtste geval worden lassen overgeslagen of op een niet-conforme manier uitgevoerd om tijd te besparen, wat de netwerkkwaliteit en certificering in gevaar brengt. Een gedegen voorcalculatie met reservemarge voorkomt deze problemen en geeft zowel opdrachtgever als installateur een realistisch beeld van de projectomvang.

Welke documentatie ontvang ik na afloop van een glasvezelinstallatie met fusielassen?

Na een professioneel uitgevoerde glasvezelinstallatie ontvang je minimaal een OTDR-rapport per vezel, waaruit het signaalverlies per las en per tracésegment blijkt, aangevuld met een as-built tekening van het tracé en een overzicht van alle laspunten en kabeltypen. Deze documentatie is niet alleen vereist voor de certificering van het netwerk, maar vormt ook de basis voor toekomstig beheer, uitbreidingen en eventuele storingsherstelwerkzaamheden. Bewaar deze documenten zorgvuldig als onderdeel van het technisch dossier van je gebouw of infrastructuur.

Maakt het type glasvezel (singlemode vs. multimode) verschil voor het aantal of de uitvoering van fusielassen?

Het type glasvezel beïnvloedt niet direct het aantal fusielassen, maar wel de uitvoering en de kwaliteitseisen ervan. Singlemode vezels hebben een aanzienlijk kleiner kerndiameter (circa 9 micrometer) dan multimode vezels (50 of 62,5 micrometer), waardoor de uitlijning bij het lassen nauwkeuriger moet zijn en de kans op een hogere lasweerstand groter is bij onzorgvuldige uitvoering. Daarnaast mogen singlemode- en multimodevezels nooit met elkaar worden gelast, omdat de kerndiameters niet compatibel zijn en dit tot onacceptabel hoog signaalverlies leidt.

Hoi! Heb je een vraag of verzoek?
We denken graag mee!
Hallo! ???? Fijn dat je hier bent. Kunnen we je ergens mee helpen of meedenken?
Goed om te weten en daar kunnen we bij helpen. Wat voor type organisatie zijn jullie?
Duidelijk, daar hebben we ervaring mee. Laat je gegevens achter en we nemen zo snel mogelijk contact met je op.
Bedankt! We hebben je aanvraag ontvangen en nemen zo snel mogelijk contact met je op.
Een van onze specialisten neemt contact met je op om vrijblijvend mee te denken over jouw situatie.

DEEL DIT BERICHT

Facebook
X
LinkedIn

andere kennisbank items

Hoe controleer je of fusielaswerk correct is uitgevoerd?

Wat moet er in een lasrapportage staan bij oplevering?

Welke eisen stel je aan een fusielasspecialist bij aanbesteding?

Hoe vraag je een offerte aan voor fusielaswerk?

Wat zijn de kosten voor het uitbesteden van fusielassen?

Hoeveel lassen per dag kan een professional uitvoeren?